De jeugdprofessional heeft de privacy van vader geschonden en is niet transparant geweest in haar informatievoorziening.

Het College van Toezicht, hierna te noemen: het College, heeft in de onderhavige zaak beraadslaagd en beslist in de volgende samenstelling:

mevrouw mr. D.J. Markx, voorzitter,
mr. M. Stammes, lid-jurist,
mevrouw M. de Roos, lid-beroepsgenoot,
mevrouw M. Grol, lid-beroepsgenoot,
E.A.J. Ouwerkerk, lid-beroepsgenoot.

Als secretaris is opgetreden mevrouw mr. A.C. Veerman.

Het College heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de door
[klager], hierna te noemen: klager, ingediende klacht tegen:
[jeugdprofessional] , hierna te noemen: beklaagde

Klager wordt in deze zaak bijgestaan door zijn vader, de heer [naam]
Als gemachtigde van beklaagde is opgetreden mevrouw mr. [naam].

1 Het verloop van de procedure

Op 6 april 2015 heeft het College het klachtschrift d.d. 6 april 2015 ontvangen. Per brief is aan beklaagde verweer gevraagd. Op 24 juli 2015 heeft het College het verweerschrift ontvangen. Klager heeft een afschrift ontvangen. De hoorzitting heeft plaatsgevonden op 12 oktober 2015 in aanwezigheid van partijen en hun gemachtigden.
Na afloop van de hoorzitting heeft de voorzitter aan partijen medegedeeld dat de uitspraak uiterlijk over acht weken zal volgen.

2 De ontvankelijkheid van de klacht

Het College stelt vast dat het onderhavige klachtschrift voldoet aan de vereisten gesteld door art. 10 lid 1 sub a en lid 4, art. 11 en art. 12 van het Tuchtreglement. Beklaagde is geregistreerd sinds [datum] 2013. Het klachtschrift is derhalve ontvankelijk.

3 De feiten en het verloop van de gebeurtenissen

Klager heeft uit een inmiddels ontbonden huwelijk twee kinderen N. en B, die bij hun moeder wonen. Beide ouders hebben gezag. N. en B. zijn sinds 10 februari 2014 voor een jaar onder toezicht gesteld. De ondertoezichtstelling (ots) wordt uitgevoerd door [gecertificeerde instelling], hierna te noemen: [de GI]. De GI heeft methodiek passend bij een complexe echtscheiding ingezet en heeft één gezinsvoogd voor de kinderen en één gezinsvoogd voor de ouders aangesteld. De GI heeft op 22 december 2014 een verzoek tot verlenging van de ots ingediend voor een periode van zes maanden omdat de GI het traject wil volgen van ouders met gezamenlijk gezag naar eenhoofdig gezag. De rechtbank heeft het verzoek van de ex-partner tot eenhoofdig gezag aangehouden tot december 2015 waarna op verzoek van de GI de rechtbank de ots nogmaals heeft verlengd tot februari 2016. De gezinsvoogdij voor de ouders is uitgevoerd door beklaagde tot en met april 2015.

4 De klachten

Klager verwijt beklaagde kort samengevat en zakelijk weergegeven het volgende.

I

Klager heeft op 5 december 2014 een klacht ingediend bij de Klachtencommissie van de GI tegen het handelen en werkwijze van de gezinsvoogd. De klachtencommissie heeft de klacht van klager gegrond verklaard. Na behandeling van de klacht is het gedrag en houding van beklaagde niet gewijzigd. Klager heeft tijdens de klachtenprocedure een verzoek ingediend bij de directie om de gezinsvoogd te vervangen. Dit verzoek is afgewezen.

II

Beklaagde heeft klager genegeerd bij de zitting voor verlenging van de ots. Beklaagde is bij de ex-partner en advocaat van klager gaan zitten en geeft bij de rechter aan dat klager ‘de strijd tegen haar persoonlijk heeft gericht’. Klager is van mening dat dit onprofessioneel is.

III

Klager is van mening dat beklaagde partijdig is en de privacy van klager heeft geschonden. De ex-partner van klager heeft een verzoek bij de rechtbank voor eenhoofdig gezag ingediend. De zitting heeft plaatsgevonden op 8 april 2015. Op 27 maart 2015 stuurt de advocaat van de ex-partner van klager aanvullende stukken naar de rechtbank. Bij deze stukken zit een brief van de GI d.d. 5 februari 2015. Deze brief heeft de GI aan de klachtencommissie van de GI geschreven. In deze brief wordt een negatief beeld geschetst van klager. Klager is van mening dat zijn ex-partner niet op de hoogte moet worden gebracht van een klacht die klager heeft ingediend.
Bij deze stukken is ook een contactjournaal gevoegd waarvan beklaagde heeft gezegd dat dit niet bestond. Ook bevatten de aanvullende stukken e-mails die klager alleen naar beklaagde heeft gestuurd en een email die de vader van klager aan beklaagde heeft gestuurd.

IV

Beklaagde gaat ervan uit dat het definitieve Plan van Aanpak een ongewijzigde versie is van het concept Plan van Aanpak.

V

Beklaagde voert gesprekken met kinderen van klager zonder toestemming van klager. Klager weet niet waarom zij dit doet omdat een voogd voor de kinderen is aangewezen.

VI

De gezinsvoogd van de kinderen heeft een rapport gemaakt van haar bevindingen. Na drie verzoeken om het rapport, kreeg klager reactie.
Het rapport bevat de conclusie dat eenhoofdig gezag bij moeder neerleggen de beste optie is. Klager meent dat zijn kinderen worden gedwongen om een keuze te maken tussen de ouders.
Ter zitting heeft klager zijn klacht nader toegelicht. Klager is van mening dat beklaagde zijn privacy heeft geschonden door voorafgaand aan de zitting met het verzoek om eenhoofdig gezag het klachtdossier en contactjournaals ter inzage te geven aan de ex-partner van klager. Klager heeft niet om inzage van het dossier gevraagd omdat hij ervanuit gegaan was dat hij alles al had. Klager heeft geen contact meer gewenst met beklaagde.

5 Het verweer

Beklaagde voert met betrekking tot de bovenbeschreven klacht kort samengevat en zakelijk weergegeven het volgende aan.

I

De directie van  neemt het oordeel van de Klachtencommissie niet over omdat niet alle uitgangspunten waarop de uitspraak is gebaseerd, juist zijn weergegeven.

II

Klager heeft op 18 februari 2015 een brief ontvangen van de directeur van de GI waarin staat dat beklaagde klager niet moedwillig heeft genegeerd. Beklaagde heeft met de opmerkingen ‘verplaatsen van de strijd’ bedoeld dat klager door zijn vader wordt vertegenwoordigd. Met deze vertegenwoordiging zijn de verhoudingen met klager slechter geworden. Waar er eerder met klager ondanks verschil van inzicht een gesprek mogelijk was, is dit met de vertegenwoordiging van de vader van klager teniet gedaan. Zo worden gesprekken met de gebiedsmanager en de gezinsvoogd niet geaccepteerd en tot er een nieuwe gezinsvoogd was, werd alleen nog gecommuniceerd met de directie.

De GI heeft multidisciplinair vanuit een neutrale positie een advies uitgebracht met betrekking tot een eenhoofdig gezag in het belang van de kinderen. Beklaagde heeft nooit een voorkeur of een bevooroordeelde houding naar één van de ouders gehad. Beide ouders zijn geschikt om de kinderen op te voeden. Beklaagde is zich er van bewust dat eenhoofdig gezag niet alle problemen gaat oplossen. Het zal echter rust en duidelijkheid voor de kinderen scheppen. Daarnaast worden beslissingen van enig belang door één ouder genomen zodat de kinderen niet klem raken tussen de ouders. De ouders werken niet samen en kunnen geen besluiten nemen in het belang van de kinderen.
De rechtbank heeft de behandeling van het eenhoofdig gezag aangehouden tot 1 december 2015 in verband met het beproeven van mediation en de module ‘Kinderen uit de knel’.

III

Op 2 februari 2015 tijdens de zitting over de verlenging van de ots, heeft de rechtbank een verslag van klager ontvangen. De GI heeft dit stuk tijdens de zitting ontvangen. Het stuk is niet gedateerd of ondertekend. Beklaagde neemt aan dat het een verslaglegging is van de hoorzitting van de klachtencommissie van 30 januari 2015. Omdat de verslaglegging naar de rechtbank is gestuurd, kwam het ook bij de ex-partner van klager terecht die het stuk niet kon plaatsen.
Op 2 maart 2015 heeft de ex-partner van klager het dossier ingezien. De juridische afdeling heeft te kennen gegeven dat ook een klachtdossier onderdeel uitmaakt van het kinddossier en ter inzage is voor de met gezag belaste ouder evenals de contactjournaals. Het klachtdossier bevat gegevens die betrekking hebben op de ex-partner van klager en N. en B. In het klachtdossier staat overigens nagenoeg hetzelfde als in het verslag dat naar de rechtbank is gestuurd.

IV

Alleen de ouders hebben het concept Plan van Aanpak ontvangen. Klager heeft zijn reactie per email gestuurd. Deze reactie is als bijlage bij dit plan meegestuurd naar de rechtbank.

V

Klager heeft te kennen gegeven dat hij niet wil dat beklaagde de contacten met N. en B. heeft hervat. Beklaagde heeft laten weten dat de kinderen onder toezicht staan en daarom moeten worden gezien. Beklaagde heeft geen belastende gesprekken met de kinderen gevoerd waardoor zij geschaad zijn.

VI

De klacht over de gezinsvoogd van de kinderen ziet niet toe op het handelen van beklaagde. Volgens beklaagde dienen alle klachtonderdelen ongegrond te worden verklaard.

Ter zitting heeft beklaagde te kennen gegeven dat klager geen gebruik heeft willen maken van het recht op inzage. De ex-partner van klager heeft na de zitting van 5 februari 2015 het klachtdossier ingezien en de contactjournaals meegenomen uit het dossier. Er waren geen stukken die klager niet kende. De toegepaste methodiek, complexe echtscheiding, richt zich in deze situatie vooral op ouders en maakt hen bewust van de verantwoordelijkheid die beiden hebben naar hun kinderen. De jeugdbeschermer zal om die reden zoveel als mogelijk ouders gelijk informeren, zodat ze beiden over dezelfde informatie beschikken. Beklaagde heeft erkend dat zij zorgvuldiger had moeten zijn in het verstrekken van de informatie aan de ex-partner van klager.

6 De beoordeling van de klachtonderdelen

Het College wijst er allereerst op, dat het bij de tuchtrechtelijke toetsing van professioneel handelen het er niet om gaat of dat handelen beter had gekund. Het gaat om een beantwoording van de vraag of de beroepsbeoefenaar bij het beroepsmatig handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening. Hierbij wordt rekening gehouden met hetgeen ten tijde van het klachtwaardig handelen in de beroepsgroep als norm of standaard was aanvaard.

Het College toetst het beroepsmatig handelen van de bij SKJ geregistreerde professionals aan de algemene tuchtnorm. Het College is niet bevoegd om klachten over het handelen en nalaten van andere personen of van de instelling te toetsen. Het College is ook niet bevoegd te toetsen of een andere gezinsvoogd moet worden aangewezen.

Het College wijst er voorts op dat indien bij een klachtonderdeel de feitelijke gang van zaken in redelijkheid niet kan worden vastgesteld, het College geen inhoudelijk oordeel kan geven, hetgeen tot gevolg zal hebben dat het College het klachtonderdeel niet gegrond zal kunnen verklaren.

Het College gaat bij de tuchtrechtelijke toetsing van het handelen van beklaagde uit van het klaagschrift en het verweerschrift en hetgeen besproken is tijdens de mondelinge behandeling ter zitting.

I

De klacht in dit onderdeel luidt kort samengevat dat de klachtencommissie de klacht van klager gegrond heeft verklaard en beklaagde haar gedrag en werkwijze niet heeft aangepast.

Het College stelt vast dat zowel beklaagde als klager te kennen hebben gegeven dat klager geen contact meer wilde met beklaagde. Klager heeft na de uitspraak van de klachtencommissie uitsluitend op directieniveau gecommuniceerd. Het College is van oordeel dat klager beklaagde op deze manier niet in de gelegenheid heeft gesteld om haar gedrag en werkwijze te veranderen en dat in deze omstandigheden beklaagde geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt.
Het College zal dit gedeelte van de klacht ongegrond verklaren.

Het besluit van de gebiedsmanager van de GI om klager geen nieuwe gezinsvoogd toe te wijzen is een instellingsbesluit. Het College is niet bevoegd dit besluit te toetsen.
Het College verklaart dit gedeelte van de klacht niet ontvankelijk.

Het eerste klachtonderdeel is deels ongegrond en deels niet ontvankelijk.

II

De klacht in dit onderdeel luidt kort samengevat dat beklaagde klager heeft genegeerd bij de zitting van de verlenging van de ots.

Het College kan op basis van de stukken en de mondelinge behandeling ter zitting in redelijkheid niet vaststellen hoe het contact tussen klager en beklaagde tijdens de rechtszitting is verlopen. Het College kan met betrekking tot dit klachtonderdeel dan ook geen inhoudelijk oordeel geven.

Het klachtonderdeel is derhalve ongegrond.

III

De klacht in dit onderdeel luidt kort samengevat dat beklaagde partijdig heeft gehandeld en de privacy van klager heeft geschonden. Volgens klager is correspondentie over de klachtenprocedure door beklaagde aan de ex-partner van klager overlegd. Beklaagde heeft ook contactjournaals aan de ex-partner van beklaagde ter beschikking gesteld. De advocaat van de ex-partner van klager heeft deze stukken aan de rechtbank gestuurd ten behoeve van de zitting met betrekking tot het verzoek tot eenhoofdig gezag van de ex-partner van klager op 8 april 2015.

Ter zitting heeft het College klager en beklaagde bevraagd over de stukken waar de ex-partner van klager inzage in heeft gekregen; het klachtdossier van de klachtencommissie en de contactjournaals. Het College stelt vast dat beklaagde te kennen heeft gegeven dat het klachtdossier naar de ex-partner van beklaagde is gegaan omdat het dossier ook gegevens van de ex-partner van klager bevatte.
De gemachtigde van beklaagde heeft te kennen gegeven dat de complexe echtscheidingsmethodiek is stopgezet op 1 juli 2014, daarna golden de privacyregels op grond van de Jeugdwet; een ieder heeft recht op stukken die hemzelf betreffen.

Beklaagde is de mening toegedaan dat bij de complexe echtscheidingsmethodiek ouders alle stukken gezamenlijk verkrijgen, dat de ex-partner van klager tijdens de zitting van 8 april 2015 een document onder ogen heeft gekregen dat de advocaat van klager heeft ingestuurd, dat de ex-partner van klager heeft verzocht om inzage van het dossier en het dossier heeft ingezien en stukken uit het dossier heeft gekopieerd en meegenomen.

Het College overweegt dat een klachtenprocedure zoals gevoerd door klager, losstaat van een zitting bij de rechtbank over het gezag van ouders. Bij een echtscheiding waarbij ouders met elkaar in ernstig conflict zijn, kan het niet zo zijn dat de ex-partner volledige inzage krijgt in gegevens die ook informatie over de andere partner bevatten. Hoewel beklaagde ter zitting te kennen heeft gegeven dat de keuze om het klachtdossier aan de ex-partner van klager te overleggen, een bewust afgewogen keuze is geweest en de ex-partner van klager het klachtdossier al van de advocaat van klager had ontvangen, betekent dit naar het oordeel van het College niet dat het besluit van beklaagde de juiste beslissing is geweest.

Het College is van oordeel dat beklaagde verantwoordelijk is voor de inhoudelijke afweging van het al dan niet overleggen van informatie aan de ex-partner van klager. Het College overweegt dat beklaagde het klachtdossier niet aan de ex-partner van klager ter inzage had moeten geven en haar aldus in de gelegenheid te stellen die stukken uit het klachtdossier te kopiëren, ook al was de ex-partner van klager door toedoen van de advocaat van klager op de hoogte van de klacht. Het College is van oordeel dat beklaagde de ex-partner van klager naar klager had moeten verwijzen of klager om toestemming had moeten vragen.

Het College stelt voorts vast dat beklaagde tijdens de zitting heeft erkend dat zij zorgvuldiger had moeten zijn met de informatieverstrekking aan de ex-partner van klager. In het contactjournaal van 14 november 2014 staan persoonlijke kwalificaties over klager. Het College is van oordeel dat ook deze gegevens bij een echtscheiding waarbij ouders met elkaar in ernstig conflict zijn, niet bij de ex-partner van klager terecht hadden mogen komen.

Het College overweegt voorts dat beklaagde klager heeft medegedeeld dat klager in het bezit was van alle informatie van de contactjournaals en dat de contactjournaals alleen bestonden uit correspondentie van beklaagde met zowel klager als zijn ex-partner. Het College stelt echter vast dat klager dit contactjournaal via de rechtbank heeft verkregen, dat beklaagde het contactjournaal aan de ex-partner van klager heeft overgelegd en dat klager niet op de hoogte was van een contactjournaal met persoonlijke kwalificaties over klager.

Het College is van oordeel dat beklaagde niet transparant is geweest in haar informatievoorziening naar klager. Deze norm is vastgelegd in artikel F van de Beroepscode voor Jeugdzorgwerkers; ‘de jeugdzorgwerker verschaft de jeugdige cliënt en diens wettelijke vertegenwoordigers de voor een goede professionele relatie relevante informatie, zoveel mogelijk in een voor de cliënten begrijpelijke taal’.

Het College is op grond van het bovenstaande van oordeel dat beklaagde verantwoordelijk is voor het overleggen van het klachtdossier en de contactjournaals. Het feit dat beklaagde een advies heeft gekregen en heeft voorgelegd aan de afdeling Juridische Zaken doet niet af aan het feit dat beklaagde een professionele autonome bevoegdheid heeft. Beklaagde had zelf de afweging moeten maken om, ondanks het advies van Juridische Zaken, de stukken niet aan de ex-partner van klager ter inzage te geven. Het College is eveneens van oordeel dat het niet wenselijk is dat bij een echtscheiding waarbij ouders in ernstig conflict zijn de ex-partner volledige inzage krijgt in gegevens die de andere partner betreffen.

Op grond van het voorgaande is het College van oordeel dat onder deze gegeven omstandigheden beklaagde verwijtbaar heeft gehandeld in strijd met de norm uit artikel F van de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker. Het klachtonderdeel is gegrond.

IV

De klacht in dit onderdeel luidt kort samengevat dat beklaagde er van uitgaat dat het definitieve Plan van Aanpak een ongewijzigde versie is van het concept Plan van Aanpak.
Het College stelt vast dat klager schriftelijk heeft gereageerd en dat beklaagde deze reactie als bijlage bij het Plan van Aanpak heeft gevoegd en dit aan klager heeft medegedeeld zodat niet gesteld kan worden dat het definitieve Plan van Aanpak een ongewijzigde versie is van het concept Plan van Aanpak.

Het klachtonderdeel is derhalve ongegrond.

V

Dit klachtonderdeel luidt kort samengevat dat beklaagde zonder toestemming van beklaagde met N. en B. gesprekken voert.

Het College overweegt dat beklaagde in het verweerschrift en tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft toegelicht dat het voeren van gesprekken met N. en B. noodzakelijk is om in het kader van de ots zicht te krijgen op de ontwikkeling van N. en B.
Gesprekken van beklaagde met de kinderen zijn dan ook onlosmakelijk verbonden met het kunnen uitvoeren van een ots.
Het klachtonderdeel is ongegrond.

VI

Dit klachtonderdeel luidt kort samengevat dat de gezinsvoogd van de kinderen een rapport heeft opgesteld waarin eenhoofdig gezag wordt geadviseerd. Dit rapport heeft klager pas na drie verzoeken verkregen.

Het College stelt vast dat dit klachtonderdeel betrekking heeft op een ander persoon dan beklaagde zodat dit klachtonderdeel niet ontvankelijk zal worden verklaard.

Alles in overweging nemende, is het College van oordeel dat de privacy van klager is geschonden. Het College stelt vast dat het verzoek tot wijziging van het gezag van klagers ex-partner is onderbouwd met kwalificaties ontleend aan contactjournaals die de ex-partner van klager niet had mogen verkrijgen. In het geval van een echtscheiding waarbij ouders in ernstig conflict zijn, is het naar het oordeel van het College niet wenselijk dat een ex-partner inzage krijgt in gegevens die ook informatie over de andere partner bevatten. Daarmee heeft beklaagde in strijd gehandeld met de privacyregels uit de Jeugdwet en de norm uit artikel F van de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker. Het College is van oordeel dat beklaagde op dit punt een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt en dat het passend en geboden is aan beklaagde een waarschuwing op te leggen.

7 Beslissing

Dit alles overwegende komt het College van Toezicht tot de volgende beslissing:
Het College van Toezicht:

– verklaart klachtonderdeel III gegrond,

– legt aan beklaagde op de maatregel van waarschuwing,

– verklaart klachtonderdeel I deels niet ontvankelijk, deels ongegrond,

– verklaart klachtonderdelen II, IV, V ongegrond,

– verklaart klachtonderdeel VI niet ontvankelijk.

Aldus gedaan op 12 oktober 2015 en op 3 december 2015 door het College van Toezicht aan partijen toegezonden.

Mevrouw mr. D. Markx, voorzitter

Mevrouw mr. A.C. Veerman, secretaris