Klacht tegen de jeugdbeschermer over een niet neutrale opstelling, onvoldoende rapportage, niet eerlijk zijn bij een rechtszaak en niet transparant zijn.

Het College van Toezicht, hierna te noemen: het College, heeft in de onderhavige zaak beraadslaagd en beslist in de volgende samenstelling:

De heer mr. A.R.O. Mooy, voorzitter,
Mevrouw N. Baljet, lid-beroepsgenoot,
De heer mr. E.A.J. Ouwerkerk, lid-beroepsgenoot.

Als secretaris is opgetreden de heer mr. J. Biljard.

Het College heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de door:

De heer A., wonende te C., hierna te noemen: klager, ingediende klacht tegen:

Mevrouw B., hierna te noemen: beklaagde, werkzaam bij [gecertificeerde instelling, hierna: GI].

1 Het verloop van de procedure

Het College heeft kennis genomen van:
-het klaagschrift d.d. 7 april 2016 met bijlagen en de aanvulling van 18 augustus 2016;
-het verweerschrift d.d. 10 juni 2016 met bijlagen.

De behandeling van de klacht heeft plaatsgevonden op 15 september 2016 in aanwezigheid van klager en beklaagde.
Klager werd in deze zaak bijgestaan door zijn gemachtigde/ondersteunend vertrouwenspersoon [naam].
Na afloop van de hoorzitting heeft de voorzitter aan partijen medegedeeld dat de beslissing over uiterlijk acht weken zal volgen.

2 De feiten

Op grond van de stukken en van hetgeen ter zitting heeft plaatsgevonden, gaat het College van de volgende feiten uit:

a. Klager en zijn ex-partner (hierna: moeder) hebben twee kinderen, zoon S. (geboren op [geboortedatum] 2003) en dochter E. (geboren op [geboortedatum] 2006). Sinds 2012 is de verstandhouding tussen klager en moeder niet goed. Klager is met moeder belast met het ouderlijk gezag over beide jeugdigen.

Met ingang van 28 augustus 2012 zijn S. en E. onder toezicht gesteld, hierna te noemen: ots. De ots is telkenmale verlengd. Bij rechterlijke beschikking zijn S. en E. uit huis geplaatst.

b. Bij beschikking van 2 december 2013 is in de (gerechtelijke) procedure tussen klager en moeder de hoofdverblijfplaats bij de moeder van S. en E. bepaald.

c. Sinds 2014 heeft een wijkteam klager, S. en E. ondersteund. De gezinscoach van het wijkteam heeft op 26 juni 2015 een rapportage opgesteld.

d. Op 22 mei 2015 heeft klager een voorlopige schriftelijke aanwijzing gekregen. Op 29 mei 2015 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen beklaagde en klager. Op 4 juni 2015 is de schriftelijke aanwijzing aan klager en moeder gegeven. In deze aanwijzing is de bezoekregeling met vader stopgezet met ingang van 3 juni 2015 tot 1 juli 2015. Bij beschikking van de rechtbank […] van 17 juli 2015 is het verzoek van klager tot het vervallen verklaren van de schriftelijke aanwijzing afgewezen.

e. Bij de beschikking van 28 augustus 2015 is in de (gerechtelijke) procedure tussen klager en moeder de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken bepaald.

f. Klager heeft een klacht ingediend bij de Klachtencommissie van [GI]. De Klachtencommissie heeft op 6 augustus 2015 uitspraak gedaan. De Klachtencommissie heeft de klacht van klager gegrond verklaard

g. Beklaagde is vanaf 21 januari 2014 tot en met 18 augustus 2015 als gezinsvoogd van klager en moeder betrokken geweest bij de uitvoering van de ots van S. en E. Een collega heeft de zaak van beklaagde overgenomen. Een andere collega is als gezinsvoogd voor S. en E. opgetreden.

h. Na een rapportage van [een onderzoekscentrum] d.d. 25 januari 2016 is de omgang tussen klager en S. en E. weer opgestart.

i. Beklaagde is sinds [datum] 2013 geregistreerd.

3 De klachten

Klager verwijt beklaagde, kort samengevat en zakelijk weergegeven, het volgende:

A) Beklaagde stelt zich niet neutraal op. Klager verwijst in dit verband naar de bijgevoegde klachtbrief aan de Klachtencommissie van [GI] en de uitspraak van deze commissie.

B) De rapportage van beklaagde is onvoldoende, onvolledig en onzorgvuldig onderbouwd. In het onder hiervoor 2.d. genoemde gesprek heeft beklaagde de schriftelijke aanwijzing niet kunnen onderbouwen met concrete voorbeelden. Daarnaast is de schriftelijke aanwijzing vrijwel volledig gebaseerd op de rapportage van de gezinscoach. Deze rapportage is echter na afgifte van de voorlopige schriftelijke aanwijzing opgesteld. De rapportage is vervolgens niet direct naar de rechtbank gestuurd ten behoeve van de behandeling van de schriftelijke aanwijzing en de ots. Beklaagde heeft geciteerd uit een rapport dat niet voorhanden was.

C) Beklaagde is niet eerlijk geweest tijdens een rechtszaak. Klager heeft de rechtbank tijdens de hiervoor onder 2.e. genoemde procedure verzocht moeder een dwangsom op te leggen voor het geval zij de bezoekregeling niet nakomt. Uit een e-mailwisseling tussen beklaagde en moeder blijkt namelijk dat moeder aangeeft eenzijdig de omgang aan te passen, dus de zorgregeling niet na te komen. De rechtbank heeft het verzoek afgewezen, omdat beklaagde de rechtbank heeft verteld dat moeder niet van de bezoekregeling is afgeweken.

D) Beklaagde werkt niet transparant. Klager is niet altijd in de cc van e-mailwisselingen vermeld. Ook is klager niet geïnformeerd over de bevindingen van de gezinscoach.

4 Het verweer

Beklaagde voert, kort samengevat en zakelijk weergegeven, het volgende aan:

A) Klager is in dit klachtonderdeel niet-ontvankelijk. Nu de klachtencommissie [GI] over dit onderdeel reeds een uitspraak heeft gegeven kan klager niet nogmaals bij SKJ hierover klagen. Beklaagde stelt zich op het standpunt dat uit een gegrondverklaring van de klachten bij de klachtencommissie van [GI] niet automatisch klager hierover een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt.

Indien het College de klacht ontvankelijk acht, voert beklaagde het volgende aan:
Beklaagde stelt voorop dat klager en moeder zich sinds 2012 in een problematische echtscheiding bevinden, waarbij het contact tussenbeide zeer moeizaam verloopt. De jeugdigen worden hierdoor in hun ontwikkeling bedreigd. Beklaagde voert aan dat zij steeds in het belang van de kinderen heeft gehandeld. Wanneer de besluitvorming van de beklaagde overeen kwam met de visie van de moeder, is de interpretatie van de klager dat de beklaagde de kant van moeder heeft gekozen. Beklaagde verwijst naar het verweerschrift dat zij heeft ingebracht bij de Klachtencommissie. Beklaagde is in deze procedure verantwoordelijk gesteld voor zaken die primair de verantwoordelijkheid van klager en moeder betreffen. [GI] heeft de klachtencommissie gevraagd om een aangepaste aanpak van problematische echtscheidingen.

B) Op 3 februari 2015 heeft beklaagde met haar collega, de gezinsvoogd van S. en E. een gesprek gevoerd met klager. In dit gesprek zijn de zorgsignalen van S. en E. met klager besproken. Beklaagde heeft klager verteld dat deze signalen zijn gebaseerd op gesprekken met de gezinsvoogd en gesprekken met S. en E.

Beklaagde heeft in het gesprek met klager d.d. 29 mei 2015 concrete voorbeelden genoemd. De onderbouwing van de schriftelijke aanwijzing is gebaseerd op gesprekken met S. en E. Beklaagde voert aan dat uit de beschikking van de rechtbank [..] d.d. 17 juli 2015 blijkt, dat het rapport van de gezinscoach geen betekenis heeft gehad in de procedure. De stellingen van klager dat het rapport door de gezinscoach op verzoek van de beklaagde is opgesteld om de schriftelijke aanwijzing te motiveren is onjuist. Van enig nasturen van het rapport van de gezinscoach is in deze procedure geen sprake, aldus beklaagde.
Bij het verzoek tot verlenging van de ots is het rapport van de gezinscoach wel als bijlage genoemd. Dit rapport is door beklaagde nagestuurd aan de rechtbank en aan de klager op 4 augustus 2015, omdat beklaagde het rapport van de gezinscoach per e-mail had ontvangen. Het rapport was niet ondertekend. Nadat de gezinscoach door de beklaagde is verzocht het ondertekende rapport toe te sturen, is ook deze versie verzonden aan de rechtbank en aan klager. De stelling van de klager dat beklaagde in het (nieuwe) Plan van Aanpak d.d. 15 juli 2015 heeft verwezen naar een rapport dat niet voorhanden zou zijn geweest, was bij de beklaagde vooraf niet bekend.

Ten tijde van de verlenging van de ots in juli 2015 was het verslag van de gezinscoach beschikbaar. [Rapport X] was nog niet uitgekomen. Dat de omgang na [rapport X] weer is opgestart, betekent niet dat beklaagde in de periode daarvoor onjuist heeft gehandeld. Op grond van deze feiten en omstandigheden heeft de rechter besloten om de ots te verlengen.

C) Beklaagde betwist dat zij tijdens de zitting niet eerlijk is geweest. De aanleiding voor het verzoek van de klager tot het opleggen van een dwangsom had betrekking op het niet meegeven van de kinderen in het weekend van 15 mei 2015 door moeder. Dit is tijdens de zitting door niemand betwist en evenmin door beklaagde achtergehouden. Beklaagde heeft uitdrukkelijk aan moeder meegedeeld dat het besluit van moeder om het bezoek met klager te verminderen op dat moment niet werd ondersteund door beklaagde.
Op grond van de schriftelijke aanwijzing d.d. 4 juni 2015 zijn de bezoeken tussen de kinderen en klager tijdelijk stilgelegd om rust te creëren voor de kinderen. Beklaagde heeft aan de kinderrechter uitgelegd dat, afgezien van het incident van 16 mei 2015, de moeder niet eerder de omgangsregeling niet is nagekomen.

D) Beklaagde voert aan dat vanaf 3 februari 2014 de echtscheidingsmethodiek is ingezet. Wegens een incident op 22 september 2014 is de toepassing van de methodiek tot nader orde opgeschort en zijn partijen daarover mondeling geïnformeerd. Tijdens een gezamenlijk gesprek volgens de echtscheidingsmethodiek heeft klager zich agressief gedragen jegens moeder, zodanig dat beklaagde moest ingrijpen. Mailwisseling en telefoongesprekken zouden separaat met ouders gevoerd worden. Net zoals er apart contact is geweest met klager, heeft de beklaagde ook contact gehad met moeder. Dit betekent niet dat de beklaagde niet transparant is geweest jegens de klager.
Voorts is klager bij de kennismaking met en de start van de gezinscoach op 4 september 2014 aanwezig geweest zodat hij geïnformeerd kon worden over de geïndiceerde hulpverlening (bij de moeder thuis). Deze hulpverlening richtte zich op de hulpvragen van de moeder in de thuissituatie van de moeder, maar klager had geen hulpvragen. Na het geweldincident van 22 september 2014 is de aanwezigheid van klager op de geplande evaluatie van 30 oktober 2014 uit veiligheidsoverwegingen door beklaagde afgezegd. Tijdens een huisbezoek van beklaagde op 3 november 2014 heeft klager wel een terugkoppeling gehad over deze evaluatie. Beklaagde heeft met de gezinscoach afgesproken dat zij in overleg met moeder een kopie van haar rapportage zou verstrekken aan klager. Het eventueel nalaten daarvan is beklaagde niet aan te rekenen.
De bevindingen van de gezinscoach zijn in telefonische en persoonlijke gesprekken met klager besproken.

5 De beoordeling van de klachtonderdelen

5.1

Het College wijst er allereerst op dat het bij de tuchtrechtelijke toetsing van professioneel handelen er niet om gaat of dat handelen beter had gekund. Het gaat om een beantwoording van de vraag of de beroepsbeoefenaar bij het beroepsmatig handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening. Hierbij wordt rekening gehouden met hetgeen ten tijde van het klachtwaardig handelen in de beroepsgroep als norm of standaard was aanvaard.

5.2

Het beroepsmatig handelen van de bij SKJ geregistreerde professional wordt getoetst aan de algemene tuchtnorm. Het College is niet bevoegd om klachten over het handelen en nalaten van andere personen of van de instelling te toetsen.

5.3

Ten aanzien van klachtonderdeel A heeft beklaagde zich op het standpunt gesteld dat klager in dit klachtonderdeel niet-ontvankelijk is. Daartoe is gesteld dat klager over hetzelfde onderwerp klaagt als het onderwerp waarover de klachtencommissie van [GI] zich reeds heeft uitgelaten en dat de Klachtencommissie de klacht gegrond heeft verklaard, zodat op grond daarvan kan worden verondersteld dat het College die klacht eveneens gegrond zal verklaren.
Het College is van oordeel dat dat berust op een verkeerde veronderstelling omdat het College, anders dan de klachtencommissie, een oordeel dient te geven of beklaagde tuchtrechtelijk een verwijt kan worden gemaakt. Het College is van oordeel dat klager voor dit klachtonderdeel ontvankelijk is.

5.4

Voor wat de inhoudelijke beoordeling van klachtonderdeel A. betreft, overweegt het College als volgt. [GI] heeft tot taak om in het belang van de kinderen van klager alles wat redelijk is in het werk te stellen. In bepaalde gevallen zou dat kunnen indruisen tegen de belangen van klager danwel die van moeder, maar dat neemt het voorgaande niet weg. Daarnaar gevraagd heeft klager ter zitting geen concrete gevallen aangedragen waaruit blijkt dat beklaagde niet neutraal is. Het klachtonderdeel is ongegrond.

5.5

Ten aanzien van klachtonderdeel B. overweegt het College dat klager ervan uitgaat dat het hiervoor onder 2.d genoemde rapport van de gezinscoach is ingebracht bij de behandeling van het beroep tegen de voorlopige schriftelijke aanwijzing. Daarnaar gevraagd heeft klager verklaard dat hij op de zitting van de rechtbank […] van 3 juli 2015 onderdelen uit dit rapport heeft gehoord en er daarom van uit is gegaan dat het rapport dus toen ook al gereed was.
Het College is van oordeel dat beklaagde onderbouwd heeft verklaard dat zij dit rapport van de gezinscoach pas veel later heeft ontvangen en op 4 augustus 2015 aan de rechtbank heeft verstuurd ten behoeve van de ots-zitting. Het College gaat er onder deze omstandigheid van uit dat de veronderstelling van klager dat het rapport van de gezinscoach reeds was overgelegd op de zitting van de rechtbank […] op 3 juli 2015 waarop het beroep tegen de voorlopige schriftelijke aanwijzing werd behandeld, berust op een onjuiste voorstelling van zaken. Het klachtonderdeel is ongegrond.

5.6

Het College overweegt ten aanzien van klachtonderdeel C. dat voldoende uit het dossier naar voren komt dat beklaagde de uitlatingen met betrekking tot het al dan niet op juiste wijze nakomen van de zorgverdeling door moeder, niet op onjuiste wijze heeft meegedeeld tijdens de zitting van de rechtbank […] van 14 augustus 2015, die heeft geleid tot de onder 2.e genoemde beschikking. Het klachtonderdeel is derhalve ongegrond.

5.7

Ten aanzien van klachtonderdeel D. overweegt het College dat klager klaagt dat beklaagde niet transparant is in de verslaglegging, waarbij als voorbeeld twee e-mailberichten zijn aangedragen die niet cc aan klager zijn gericht. Het College stelt vast dat er e-mailberichten zijn verzonden na het agressie-incident op 22 september 2014 en dat het beleid, zoals beklaagde heeft verwoord, erop was gericht om met moeder via e-mail contact te hebben en met klager telefoongesprekken te voeren om reden van het neutraliseren van spanningen tussen klager en moeder.

Beklaagde heeft naar het oordeel van het College voldoende onderbouwd verklaard – onder meer onder verwijzing naar bijlage 19 bij het verweerschrift – dat er telefoongesprekken met klager zijn gevoerd omtrent de voortgang van de hulpverlening en dat er op 3 november 2014 een huisbezoek van beklaagde aan klager heeft plaatsgevonden waarbij klager is geïnformeerd over de evaluatie van de gezinscoach. Klager mocht van beklaagde niet aanwezig zijn bij de evaluatie op 30 oktober 2014 vanwege eerdergenoemd incident. Het klachtonderdeel is gelet op het vorenstaande ongegrond.

5.8

Het College is op grond van al het voorgaande van oordeel dat beklaagde is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening en dat haar geen tuchtrechtelijk verwijt valt te maken. De klacht is in al zijn onderdelen ongegrond.

6 Beslissing

Dit alles overwegende komt het College van Toezicht tot de volgende beslissing:

Het College van Toezicht verklaart de klacht in al zijn onderdelen ongegrond.

Aldus gedaan op 15 september 2016 en op 10 november 2016 door het College van Toezicht aan partijen toegezonden.

mr. A.R.O. Mooy, voorzitter
mr. J. Biljard, secretaris