Het College legt aan de jeugdprofessional een schorsing op voor de duur van één jaar nu zij cliënten onder invloed van alcohol heeft vervoerd

Het College van Toezicht, hierna te noemen: het College, heeft in de onderhavige zaak beraadslaagd en beslist in de volgende samenstelling:

De heer mr. A.R.O. Mooy, voorzitter,
Mevrouw mr. C.M.H.M. van Lent, lid-jurist,
Mevrouw M. de Roos, lid-beroepsgenoot,
Mevrouw M.H. Bijnoe, lid-beroepsgenoot,
Mevrouw N. Baljet, lid-beroepsgenoot.

Als secretaris is opgetreden mevrouw mr. A.C. Veerman.

Het College heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de door:

[Jeugd & opvoedhulporganisatie], gevestigd te [vestigingsplaats], vertegenwoordigd door mevrouw [klaagster], hierna te noemen: klaagster, ingediende klacht tegen:

[beklaagde], hierna te noemen: beklaagde, tot en met [datum] 2016 bij [Jeugd & opvoedhulporganisatie] (hierna te noemen: [Jeugd & opvoedhulporganisatie]).

1 Het verloop van de procedure

Het College heeft kennis genomen van:

– het klaagschrift van 8 december 2017, aangevuld op 23 december 2016.

De behandeling van de klacht heeft buiten aanwezigheid van partijen plaatsgevonden op 13 april 2017. Beklaagde heeft het College te kennen gegeven niet aanwezig te zijn bij de mondelinge behandeling bij het College. Klaagster heeft vervolgens afgezien van een mondelinge toelichting.

Het College heeft beklaagde en klaagster op 18 april 2016 door middel van een e-mail medegedeeld dat het College de klacht schriftelijk zal afdoen en dat de beslissing over uiterlijk acht weken zal volgen.

2 De feiten

Op grond van de stukken en van hetgeen ter zitting heeft plaatsgevonden, gaat het College van de volgende feiten uit:

2.1

Beklaagde was sinds [datum] 1999 in dienst bij [Jeugd & opvoedhulporganisatie] in de functie van pedagogisch medewerkster voor 34 uur per week bij een gezinshuis in [vestigingsplaats].

2.2

In de gedragscode van [Jeugd & opvoedhulporganisatie] staat beschreven dat het gebruik van alcohol en drugs op de werkplek of tijdens werktijd niet is toegestaan.

2.3

Op 30 juni 2016 is beklaagde met een busje van [Jeugd & opvoedhulporganisatie] met daarin drie cliënten naar de diploma-uitreiking van een cliënt geweest. Op de terugweg is beklaagde tussen 21.00 en 21.30 uur staande gehouden door de politie voor een alcoholcontrole. De uitkomst van de blaastest was positief. Beklaagde is door de politie verzocht mee te gaan naar het politiebureau voor een nader onderzoek. De politie heeft de cliënten teruggebracht naar het gezinshuis.

2.4

Na nader onderzoek was het alcoholpromillage van beklaagde 725 Ugl (microgram per liter uitgeademde lucht). De wettelijke toegestane hoeveelheid is 220 microgram Ugl. De politie heeft het rijbewijs van beklaagde ingevorderd. Op 10 oktober 2016 moest beklaagde voorkomen bij de strafrechter.

2.5

Beklaagde is op 1 juli 2016 geschorst. Op 7 juli 2016 en 15 juli 2016 heeft klaagster met beklaagde gesprekken gevoerd. Na het eerste gesprek met beklaagde heeft klaagster zich laten informeren door een arts.

2.6

Bij beschikking van de kantonrechter in [vestigingsplaats] is de arbeidsovereenkomst van beklaagde met ingang van 29 september 2016 ontbonden zonder transitievergoeding.

2.7

Klaagster heeft Inspectie Jeugdzorg geïnformeerd.

2.8

Beklaagde is geregistreerd bij SKJ sinds [datum] 2013.

3 De klachten

Klager verwijt beklaagde kort samengevat en zakelijk weergegeven het volgende.

Beklaagde heeft in strijd met de beroepscode gehandeld. Klaagster vraagt het College om te beoordelen of beklaagde als geregistreerd jeugdzorgwerker mag (blijven) werken (bij een andere werkgever).

4 Het verweer

Beklaagde heeft geen verweer gevoerd.

5 De beoordeling van de klacht

Het College wijst allereerst op het volgende:

Bij de tuchtrechtelijke toetsing van professioneel handelen gaat het er niet om of dat handelen beter had gekund. Het gaat om een beantwoording van de vraag of de beroepsbeoefenaar bij het beroepsmatig handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening. Hierbij wordt rekening gehouden met hetgeen ten tijde van het klachtwaardig handelen in de beroepsgroep als norm of standaard was aanvaard.

Het College toets het beroepsmatig handelen van de bij SKJ geregistreerde professional aan de algemene tuchtnorm. Het College is niet bevoegd om klachten over het handelen en nalaten van andere personen of van de instelling te toetsen.

Het College oordeelt als volgt.

Artikel 3.1. Tuchtreglement luidt:

‘De jeugdprofessional is onderworpen aan de algemene tuchtnorm. Deze kan worden omschreven als volgt:
a. enig handelen in strijd met de professionele standaard die in het jeugddomein geldt voor een behoorlijke uitoefening van het beroep waarvoor de jeugdprofessional is geregistreerd, en,
b. enig ander dan onder a. bedoeld handelen dat schadelijk is voor de kwaliteit van de hulpverlening in het jeugddomein in het algemeen of voor het aanzien van het beroep waarvoor de jeugdprofessional is geregistreerd in het bijzonder.

In artikel D van de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker is omschreven dat ‘de jeugdzorgwerker het vertrouwen in de jeugdzorg bevordert’.

Vast is komen te staan dat beklaagde onder werktijd staande is gehouden door de politie voor een alcoholcontrole en dat het alcoholpromillage van beklaagde ver boven de toegestane norm is geweest. Beklaagde draagt als jeugdprofessional namens de samenleving en de overheid zorg voor jeugdigen. Door in werktijd, onder invloed van alcohol, jeugdige aan haar toevertrouwde cliënten te vervoeren, heeft beklaagde onaanvaardbare risico’s genomen, hetgeen met de uitvoering van verantwoorde individuele jeugdzorg onverenigbaar is. De handelswijze van beklaagde getuigt niet van professioneel handelen, bevordert niet het vertrouwen in de jeugdzorg en is schadelijk ten aanzien van de beroepsgroep van pedagogische medewerkers.
Het College concludeert dat beklaagde in strijd met de algemene tuchtnorm van artikel 3.1. onder a. en b. Tuchtreglement en artikel D van de Beroepscode voor de Jeugdzorgwerker heeft gehandeld. De klacht is gegrond.

Nu het College in het dossier geen aanknopingspunten heeft ontdekt die bij beklaagde tot de noodzakelijk geachte verandering van haar handelen zouden kunnen leiden en haar handelen als bijzonder laakbaar, onzorgvuldig en onprofessioneel dient te worden gekwalificeerd, kan niet worden volstaan met een beperkte maatregel. Een schorsing van de registratie in het kwaliteitsregister van SKJ voor ten hoogste één jaar doet recht aan de ernst van het handelen van beklaagde. Daarnaast zal het college de publicatie van deze beslissing gelasten.

6 Beslissing

Dit alles overwegende komt het College van Toezicht tot de volgende beslissing.

Het College van Toezicht:

-schorst de registratie van beklaagde in het kwaliteitsregister van SKJ voor de duur van één jaar;

-bepaalt dat deze beslissing nadat deze onherroepelijk is geworden in geanonimiseerde vorm gepubliceerd zal worden.

Aldus gedaan en op 8 juni 2017 door het College van Toezicht aan partijen toegezonden.

mr. A.R.O. Mooy                                                                               mevrouw mr. A.C. Veerman
voorzitter                                                                                            secretaris