Klacht tegen gedragswetenschapper over het zonder klaagster daarbij te betrekken nemen van beslissingen die niet in het belang zijn van de minderjarige.

Het College van Toezicht, hierna te noemen: het College, heeft in de onderhavige zaak beraadslaagd en beslist in de volgende samenstelling:

mevrouw mr. drs. L.C. Mulder, voorzitter,
de heer mr. M.A. Stammes, lid-jurist,
mevrouw N.J. Antonissen, lid-beroepsgenoot
mevrouw drs. M.G.C. Jacobs, lid-beroepsgenoot,
mevrouw drs. B.J. van Leeuwen, lid-beroepsgenoot,

over de door:

[klager], hierna te noemen: klager, wonende te [woonplaats],

ingediende klacht tegen:

[beklaagde], hierna te noemen: beklaagde, werkzaam als gedragswetenschapper bij [lokaal team], onderdeel van de gemeente [gemeente].

Als secretaris is opgetreden mevrouw mr. K. Dankers.

Beklaagde wordt in deze zaak bijgestaan door haar gemachtigde mevrouw mr. P. Ling, werkzaam bij Claassen Advocaten te Eindhoven.

1 Het verloop van de procedure

1.1

Het College heeft kennis genomen van:
– het klaagschrift met bijlagen d.d. 8 mei 2017, ontvangen op 11 mei 2017,
– de aanvulling op het klaagschrift, toegezonden bij e-mail van 29 mei 2017,
– de aanvullende bijlagen bij het klaagschrift, toegezonden bij e-mail van 26 juni 2017,
– het verweerschrift d.d. 16 augustus 2017 met bijlagen.

1.2

De mondelinge behandeling van de klacht heeft plaatsgevonden op 17 november 2017 in aanwezigheid van klager, beklaagde en diens gemachtigde. Als toehoorder van de zijde van klager was aanwezig [toehoorder], vertrouwenspersoon bij [lokaal team] en van de zijde van beklaagde [collega], collega.

1.3

Na afloop van de hoorzitting heeft de voorzitter aan partijen medegedeeld dat de beslissing over acht weken zal worden verstuurd.

2 De feiten

Op grond van de stukken en van hetgeen tijdens de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, gaat het College van de volgende feiten uit:

2.1

Klager is de vader van [de minderjarige], geboren op [geboortedatum in] 2011. Klager en de moeder van [de minderjarige] hebben tot april 2016 samengewoond. Daarna is [de minderjarige] bij moeder blijven wonen. Klager oefent met moeder het gezamenlijk gezag uit over [de minderjarige].

2.2

Beklaagde staat sinds [datum] 2016 als orthopedagoog geregistreerd in het kwaliteitsregister Jeugd en is werkzaam als gedragswetenschapper bij [lokaal team].

2.3

Op 12 mei 2016 heeft klager een melding gedaan bij Veilig Thuis en daarbij zijn zorgen geuit over de veiligheid van [de minderjarige] in verband met psychiatrische problemen van moeder. Naar aanleiding van deze melding heeft Veilig Thuis [locatie] een onderzoek uitgevoerd naar de opvoedsituatie bij moeder. De uitkomst van dit onderzoek was dat de door vader geuite zorgen niet werden bevestigd. Op 21 juli 2016 is door Veilig Thuis wel een veiligheidsplan opgesteld, waarin de zorgen en krachten in kaart zijn gebracht en afspraken zijn vastgelegd om de veiligheid van [de minderjarige] en haar halfbroer [halfbroer] te kunnen blijven waarborgen. Veilig Thuis heeft vervolgens op 22 juli 2016 het dossier gesloten en de begeleiding overgedragen aan [lokaal team], in de persoon van [de medewerker lokaal team]

2.4

In de periode na de overdracht van het dossier heeft [de medewerker lokaal team] in eerste instantie met name contact onderhouden met moeder. Deze keuze was mede ingegeven door de omstandigheid dat er nog rechtszaken liepen over de omgangsregeling en het hoofdverblijf van [de minderjarige].

2.5

Klager heeft op 31 januari 2017 een eerste overleg gehad met [medewerker lokaal team] en haar collega [medewerker lokaal team]. Daarbij heeft hij ook met hen zijn zorgen over [de minderjarige] gedeeld en erop aangedrongen dat [de minderjarige] psychologisch onderzocht zou worden.

2.6

Op 14 februari 2017 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen moeder en klager in aanwezigheid van [medewerkers lokaal team]. Tijdens dit gesprek heeft moeder klager geïnformeerd over twee seksueel grensoverschrijdende incidenten die hadden plaats gevonden in de maanden daarvoor. Daarnaast is gesproken over de vraag welke hulpverlening voor [de minderjarige] opgestart zou kunnen worden. Klager heeft in dit kader herhaald dat hij het noodzakelijk achtte dat [de minderjarige] onderzocht werd door een psycholoog, terwijl moeder een voorkeur had voor het inzetten van speltherapie. Omdat klager en moeder hierover geen overeenstemming konden bereiken, is uiteindelijk door tussenkomst van de huisarts van [de minderjarige] speltherapie opgestart.

2.7

Naar aanleiding van een door klager ingediende klacht tegen [medewerkers lokaal team] van [lokaal team] heeft er op 21 maart 2017 een bemiddelingsgesprek plaatsgevonden tussen klager, de betrokken [medewerkers lokaal team] en hun teamleider. In dit gesprek werd afgesproken dat in een multidisciplinair overleg (MDO) opnieuw beoordeeld zou worden of de casus voorgelegd moest worden aan de beschermtafel. Dit MDO – waaraan ook beklaagde deelnam – heeft vervolgens plaatsgevonden op 29 maart 2017. Mede op basis van telefonische consultatie van Veilig Thuis, is tijdens dit overleg geconcludeerd dat een verzoek tot onderzoek indienen bij de beschermtafel op dat moment (nog) geen zin had. Deze uitkomst van het MDO is per mail aan klager teruggekoppeld. Daarbij is onder meer aangegeven dat [medewerkers lokaal team] de situatie hebben besproken met Veilig Thuis als ook met beklaagde en dat men tot de gezamenlijke conclusie is gekomen dat er geen gronden zijn voor verder onderzoek omdat de situatie van [de minderjarige] als veilig genoeg wordt beschouwd.

2.8

Vanaf de overdracht van het dossier door Veilig Thuis tot aan de indiening van de onderhavige klacht is beklaagde – in haar functie van gedragswetenschapper en onderdeel uitmakende van de [afdeling] van [lokaal team] – vijf keer geraadpleegd door de betrokken [medewerkers lokaal team] Dit was op 2 december 2016, 4 januari 2017, 7 februari 2017, 22 februari 2017 en 29 maart 2017.

3 De klacht

3.1

Klager verwijt beklaagde samengevat en zakelijk weergegeven het volgende.

3.1.1

Beklaagde heeft beslissingen genomen over [de minderjarige] zonder klager als wettelijk vertegenwoordiger daarbij te betrekken.

3.1.2

Beklaagde heeft onzorgvuldig en niet in het belang van [de minderjarige] gehandeld. Daarbij neemt klager het beklaagde zeer kwalijk dat zij de situatie als voldoende veilig heeft beoordeeld, terwijl zij op basis van alle beschikbare informatie anders had moeten weten.

3.1.3

Beklaagde heeft haar beslissingen niet gemotiveerd.

3.1.4

Beklaagde heeft de beslissing dat er geen gronden zijn voor verder onderzoek onbevoegd genomen.

3.1.5

Beklaagde heeft zich bij haar werkzaamheden te veel laten beïnvloeden door [medewerkers lokaal team] en de medewerkers van Veilig Thuis.

3.2

Volgens klager heeft beklaagde door dit alles gehandeld in strijd met de beroepscode van de Nederlandse Vereniging van Pedagogen en Onderwijskundigen (NVO) 2017 en in het bijzonder met artikel 2 lid 2, waarin het volgende is bepaald:

“De pedagoog laat zich in zijn handelen leiden door de belangen van de jeugdige, zoals uitgewerkt in deze beroepscode. In alle gevallen waarin de pedagoog op grond van deze beroepscode tot een afweging van belangen, tot een keuze of tot een beslissing dient te komen, vormen de belangen van de jeugdige zijn eerste overweging.”

4 Het verweer

4.1

Beklaagde betwist dat haar enig verwijt kan worden gemaakt. Zij voert daartoe aan dat zij – binnen de grenzen van haar taak en bevoegdheid – de bij [de minderjarige] betrokken [medewerkers lokaal team] slechts vijf keer op afstand heeft geadviseerd. Beklaagde stelt dat zij daarbij alle relevante feiten heeft meegewogen en het belang van [de minderjarige] steeds voorop heeft gesteld. Naar aanleiding van de afzonderlijke klachtonderdelen is door beklaagde het volgende aangevoerd.

4.2

I

Anders dan door klager wordt verondersteld, heeft beklaagde geen beslissingen genomen over [de minderjarige]. Zij heeft enkel de hulpverlening die plaatsvond in het vrijwillig kader een aantal keer geadviseerd. Aangezien er geen sprake was van een kinderbeschermingsmaatregel, was het gezag van ouders op geen enkele wijze ingeperkt. Alleen de ouders waren derhalve bevoegd tot het nemen van beslissingen over [de minderjarige].

4.3

II

Beklaagde is van mening dat zij steeds alle relevante feiten bij haar advisering heeft meegewogen en ook de inhoud van haar advies aanpaste aan de gewijzigde omstandigheden. Ter onderbouwing hiervan heeft beklaagde de gespreksverslagen overgelegd van de adviesgesprekken met de [medewerkers lokaal team]. Voorts geeft gedaagde aan dat ook het advies over de veiligheid van de situatie bij moeder zorgvuldig tot stand is gekomen. Zij heeft zich daarbij gebaseerd op de waarnemingen van zowel de generalist als een medewerker van Veilig Thuis. Ook de omstandigheid dat er geen verontrustende signalen kwamen van school of [de minderjarige] zelf heeft beklaagde laten meewegen in haar oordeel.

4.4

III

Ook ten aanzien van dit klachtonderdeel benadrukt beklaagde dat zij geen beslissingen heeft genomen, maar uitsluitend een adviserende rol heeft vervuld. De gegeven adviezen heeft zij wel degelijk gemotiveerd in de gesprekken met de betrokken [medewerkers lokaal team]. Het is echter aan [medewerkers lokaal team] om te bepalen of en hoe de adviezen van de gedragswetenschapper met ouders worden gecommuniceerd. Beklaagde heeft hierin geen zelfstandige rol richting ouders.

4.5

IV

Omdat beklaagde geen beslissingen heeft genomen, kan er volgens haar ook geen sprake zijn van onbevoegd genomen beslissingen ten aanzien van de opvoedsituatie bij moeder. In dit kader stelt beklaagde voorts dat zij op basis van de Jeugdwet bevoegd is tot het geven van advies.

4.6

V

Beklaagde betwist dat zij zich bij het geven van advies teveel zou hebben laten beïnvloeden door derden. Gelet op de inhoud van haar functie is beklaagde echter wel genoodzaakt om af te gaan op de (feitelijke) informatie uit het dossier van [lokaal team] en Veilig Thuis, aangevuld met de mondelinge toelichting van de betrokken [medewerkers lokaal team]. Gedaagde stelt daarbij prima in staat te zijn om de juiste vragen te stellen aan de [medewerkers lokaal team] en zich daarmee een beeld te vormen van de situatie. Omdat in dit geval de informatie uit het dossier (waaronder contactjournaals met ouders, school en de huisarts) eenzelfde beeld van de situatie gaf als de informatie van moeder, is beklaagde van mening dat zij op basis van die informatie heeft kunnen adviseren.

4.7

Gelet op het voorgaande verzoekt beklaagde het College om de klachten volledig ongegrond te verklaren.

5 De beoordeling van de klachtonderdelen

5.1

Het College wijst allereerst op het volgende:

5.1.1

Bij de tuchtrechtelijke toetsing van professioneel handelen gaat het er niet om of dat handelen beter had gekund. Het gaat om een beantwoording van de vraag of de beroepsbeoefenaar bij het beroepsmatig handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening. Hierbij wordt rekening gehouden met hetgeen ten tijde van het klachtwaardig handelen in de beroepsgroep als norm of standaard was aanvaard.

5.1.2

Het College toetst het beroepsmatig handelen van de bij SKJ geregistreerde professional aan de algemene tuchtnorm. Het College is niet bevoegd om klachten over het handelen en nalaten van andere personen of van de instelling te toetsen.

5.2

Tegen deze achtergrond oordeelt het College als volgt, waarbij de klachtonderdelen I, III en IV zich lenen voor een gezamenlijke bespreking.

I, III en IV

De klachtonderdelen I, III en IV gaan er vanuit dat beklaagde in de positie verkeerde om beslissingen te nemen over [de minderjarige] en de voor haar benodigde hulpverlening. Beklaagde heeft echter, onder overlegging van diverse stukken over de wijze waarop [lokaal team] is georganiseerd, uitvoerig toegelicht dat zij slechts op de achtergrond bij het onderhavige dossier betrokken is geweest. In haar functie als gedragswetenschapper heeft beklaagde namelijk geen rechtstreeks contact met cliënten, maar maakt zij onderdeel uit van de [afdeling] waarop de [medewerkers lokaal team] in de eerste lijn een beroep kunnen doen voor advies en informatie. Binnen deze context dient te worden geconcludeerd dat – anders dan klager heeft verondersteld – beklaagde geen beslissingen heeft genomen over [de minderjarige]. De klachtonderdelen I, III en IV missen derhalve feitelijke grondslag.

II

In het dossier heeft het College geen aanknopingspunten aangetroffen voor de stelling dat beklaagde onzorgvuldig en niet in het belang van [de minderjarige] zou hebben gehandeld. Uit de overgelegde gesprekverslagen blijkt dat beklaagde haar adviezen zorgvuldig heeft onderbouwd en daarbij het belang van [de minderjarige] bij een veilige opvoedsituatie voorop heeft gesteld. Dat de inhoud van de adviezen van beklaagde niet overeenkomen met de visie van klager maakt dit niet anders.

V

Gelet op de aard van haar functie adviseert beklaagde op basis van de informatie die haar wordt aangereikt door de [medewerkers lokaal team] die een beroep doen op haar expertise. Ook in de onderhavige casus heeft beklaagde de beschikbare informatie uit het dossier als uitgangspunt genomen bij haar advisering. Dit laat echter onverlet dat beklaagde zich op basis van die informatie een zelfstandig oordeel heeft gevormd over de casus en van daaruit de [medewerkers lokaal team] heeft geadviseerd. De overgelegde gespreksverslagen en de overige stukken geven het College geen enkele aanleiding om te concluderen dat beklaagde zich bij haar werkzaamheden te veel zou hebben laten beïnvloeden door de [medewerkers lokaal team] en de medewerkers van Veilig Thuis.

5.3

Gelet op al het voorgaande is het College van oordeel dat beklaagde niet buiten de grenzen is getreden van een redelijk bekwame beroepsuitoefening. De klachtonderdelen zullen derhalve ongegrond worden verklaard.

6 De beslissing

Dit alles overwegende komt het College van Toezicht tot de volgende beslissing:

– verklaart alle klachtonderdelen ongegrond.

Aldus gedaan door het College van Toezicht en op 12 januari 2018 aan partijen toegezonden.

mevrouw mr. drs. L.C. Mulder                  mevrouw mr. K. Dankers
voorzitter                                                       secretaris