Klager gaat in beroep naar aanleiding van ontvangen voorzittersbeslissing. Klager wordt in gelijk gesteld. Klager heeft in beginsel beklaagde verweten niet alles in het werk gesteld te hebben om omgang tussen kinderen en vader te (laten) herstellen

Klager in de behandeling in eerste aanleg, de heer drs. A., hierna te noemen A., is tegen de beslissing van de voorzitter van het College van Toezicht van SKJ van 19 juli 2016 (zaaknummer: 16.075T) in beroep gegaan.

De voorzitter van het College van Beroep van SKJ, mr. P.A.J.Th. van Teeffelen heeft het volgende overwogen en beslist omtrent het door A. ingediende beroep.

Als secretaris is opgetreden mevrouw mr. E.C. Abbing.

1. Verloop van de procedure tot en met het beroep

1.1 Met een e-mail, gedateerd 28 juni 2016, heeft A. zich tot het College van Toezicht gewend met het verzoek om tot een tuchtrechtelijke beslissing te komen tegen drie personen.

1.2 Op 29 juni, 30 juni en 7 juli 2016 heeft A. aanvullende e-mails gestuurd.

1.3 Op 7 juli 2016 heeft SKJ A. per e-mail geïnformeerd dat twee van de drie door hem aangeklaagde personen niet bij SKJ staan geregistreerd. Ten aanzien van de beklaagde persoon, die wel in het Kwaliteitsregister staat geregistreerd, heeft de behandelend secretaris A. geïnformeerd dat de klacht door middel van een klachtenformulier ingediend moet worden. A. is gewezen op de vindplaats van het klachtenformulier op de website van SKJ en heeft een link toegestuurd gekregen. Voor het indienen van het klachtenformulier is als uiterste datum gesteld 21 juli 2016.

1.4 Op 8 juli 2016 heeft A. daar schriftelijk op gereageerd. Hij is het onder andere oneens met de melding van SKJ dat een klacht alleen door middel van het indienen van een klachtenformulier ingediend mag worden. Tevens geeft hij aan zijn eerdere klacht te handhaven.

1.5 Op 12 juli 2016 stuurt A. wederom een brief aan het College van Toezicht met een aanvullende reactie op zijn brief van 8 juli 2016, die nog niet door het SKJ was beantwoord.

1.6 Op 18 juli heeft A. een rappel e-mail gericht aan de behandelend voorzitter. Hij vult zijn klacht aan en refereert aan de door hem verstuurde brief d.d. 12 juli 2016, waarop nog niet is geantwoord. Voorts geeft hij aan dat zijn klacht van 28 juni 2016 tot op heden niet is behandeld.

1.7 Daaropvolgend heeft het bureau van SKJ de klacht doorgestuurd naar de voorzitter van het College van Toezicht met het verzoek een beslissing te nemen.

1.8 Op 19 juli 2016 heeft de voorzitter van het College van Toezicht een beslissing genomen inzake de tuchtklacht van A., met een inhoud zoals hierna te melden.

1.9 Op 20 juli 2016 heeft A. een brief ingediend, waarin hij aangeeft het oneens te zijn met de beslissing van de voorzitter van het College van Toezicht. SKJ heeft deze brief als beroepschrift aangemerkt, dat tijdig is ingediend.

2. Ontvankelijkheid van het klaagschrift

2.1 De voorzitter van het College van Toezicht heeft besloten de klacht van A. niet in behandeling te nemen, omdat er uit de door hem gestuurde stukken geen helder beeld van de inhoud van de klacht is ontstaan.

2.2 In zijn beslissing van 19 juli 2016 heeft de voorzitter van het College van Toezicht dit als volgt gemotiveerd. Op grond van artikel 7.1 van het Tuchtreglement dient een klacht te worden ingediend door een behoorlijk ingevuld klachtenformulier. De klacht van A. voldoet niet aan artikel 7.4 sub c van het Tuchtreglement, namelijk de klacht is niet voorzien van een duidelijke omschrijving van de feiten en gronden waarop deze berust. Ook is er geen behoorlijke aanduiding van het tijdvak waarin de bedoelde feiten hebben plaatsgevonden. Het bureau heeft op 7 juli 2016 conform artikel 7.9 van het Tuchtreglement aan klager een termijn gegeven om het klachtenformulier van SKJ alsnog in te vullen. Echter op 8 juli 2016 heeft A. te kennen gegeven zijn eerdere klacht ongewijzigd te handhaven.

2.3 Nu de klacht niet voldoet aan voormelde artikelen in het Tuchtreglement heeft de voorzitter deze op grond van artikel 8.1 van het Tuchtreglement niet in behandeling genomen. Vervolgens is het dossier inzake de klacht gesloten.

3. Beoordeling van het beroep

3.1 Vooropgesteld dient te worden, dat het zeer aanbevelenswaardig is, dat klagers gebruik maken van het klachtenformulier, dat door SKJ is ontwikkeld. Op die wijze kan structuur worden aangebracht in klachten, die in de praktijk nogal eens wijdlopig zijn en waarin soms moeilijk te ontdekken valt, waarover de indieners nu precies klagen. Door klagers dient tamelijk nauwkeurig te worden aangegeven welk (concreet) handelen of nalaten van de aangeklaagde in strijd is met de beroepscode, wil de tuchtrechter van SKJ tot een oordeel kunnen komen. Bij toepassing van het huidige Tuchtreglement van SKJ staat het klachtenformulier overigens niet dwingend voorgeschreven.

3.2 Verder brengt de aard van de onderhavige beroepsprocedure met zich mee, dat fouten die door klager in eerste aanleg zijn gemaakt, in hoger beroep kunnen worden hersteld.

3.3 In de brief van 20 juli 2016, die door het SKJ als beroepschrift tegen de beslissing van de voorzitter van het College van Toezicht is aangemerkt, staat thans duidelijk te lezen waarover de klacht van A. gaat. A. beklaagt zich dat de betreffende gezinsvoogd, mevrouw B., ondanks de opdracht van de rechtbank [locatie] om alles in het werk te stellen om de omgang tussen kinderen en vader (A.) te (laten) herstellen, maanden later meldde dat er in dit opzicht niets gebeurd is.

3.4 De beschikking van de rechtbank [locatie], waarin die opdracht is gegeven, dateert van 10 april 2015. De volgende beschikking van die rechtbank is van 11 maart 2016, waarin kennelijk geconstateerd wordt, dat het herstellen van de omgang niet gelukt is. De onderhavige kwestie speelt zich dus af in het tijdvak tussen beide beschikkingen. Het feit dat er in de procedure bij de rechtbank [locatie] al een rechterlijk oordeel ligt, sluit een klacht over het mogelijk overtreden van de beroepscode door een jeugdprofessional niet uit.
De klacht van A. voldoet aldus aan artikel 7.4 sub c van het Tuchtreglement SKJ.

4. Beslissing

Dit alles overwegende komt de voorzitter van het College van Beroep van SKJ tot de volgende uitspraak.

Het College:
– vernietigt de beslissing van de voorzitter van het College van Toezicht van 19 juli 2016, waarbij deze heeft beslist het klaagschrift van A. van 28 juni 2016 niet in behandeling te nemen;
– verklaart A. in hoger beroep alsnog ontvankelijk in voormeld klaagschrift;
– verwijst de zaak in de staat waarin deze zich thans bevindt terug naar het College van Toezicht van SKJ, met het verzoek de klacht van A., zoals hiervoor in 3.2 en 3.3 geformuleerd, alsnog in eerste aanleg te behandelen.

Aldus gedaan op 23 augustus 2016 door de voorzitter van het College van Beroep en verzonden.

Mr. P.A.J.Th. van Teeffelen, voorzitter

Mr. E.C. Abbing, secretaris